Gina
Opvoeden doe je samen
Sinds de scheiding van haar ouders woont Gina om de week bij haar vader en haar moeder. Omdat er vaak over haar hoofd ruzie wordt gemaakt, besluit ze dat ze voortaan alleen nog bij haar vader wil wonen.
Een tijd gaat dat goed. Dan lopen ook daar de spanningen op. Gina begint weg te lopen. Eerst om op straat een balletje te trappen met de jongens uit de buurt, later steeds vaker om urenlang rond te zwerven.
Op school maken ze zich zorgen. Pas als Gina met blauwe plekken in de klas verschijnt, wordt duidelijk wat er werkelijk aan de hand is. Ze wordt uit huis geplaatst.
Bij Karel en Judith vindt Gina de veiligheid en gezelligheid waar ze zo naar verlangde. Daar krijgt ze de ruimte om weer te zijn wie ze is: een lieve, zachtaardige meid die graag anderen helpt.
Voor haar moeder Emmely is de uithuisplaatsing een wake-upcall. Ze zoekt hulp, gooit de drank en de foute mannen het huis uit en gaat met zichzelf aan de slag. Twee jaar later heeft ze haar leven weer op orde en keert Gina terug naar huis. Dat gaat goed. Moeder en dochter zijn dol op elkaar, al kan het tussen die twee nog stevig knetteren.
Judith blijft op de achtergrond aanwezig. Ze gaat mee naar oudergesprekken op school, denkt mee over belangrijke beslissingen en kookt samen met Gina voor minderjarige jongens in het asielzoekerscentrum.
Na het koken trapt Gina nog altijd graag een balletje met de jongens.
Opgroeien in twee families
Een uithuisplaatsing verandert wie de dagelijkse zorg biedt, maar niet wie de ouders zijn. Kinderen blijven verbonden met hun ouders, ook wanneer pleegouders tijdelijk een deel van de opvoeding overnemen. Gedeeld opvoederschap begint met die erkenning: een kind hoort bij twee families en zou niet tussen beide hoeven kiezen.
In Gina’s verhaal verandert die verhouding opnieuw wanneer zij terugkeert naar huis. Emmely neemt de dagelijkse opvoeding weer op zich, maar Judith verdwijnt niet uit Gina’s leven. Ze gaat mee naar oudergesprekken, denkt mee over belangrijke beslissingen en blijft samen met Gina activiteiten ondernemen.
Goede samenwerking vraagt vertrouwen, duidelijke afspraken en respect voor elkaars rol. Als ouders en pleegouders daarin slagen, ontstaat er continuïteit voor het kind. Terugkeren naar huis hoeft dan niet te betekenen dat het afscheid neemt van de andere familie.
Dit verhaal raakt aan
- Gedeeld opvoederschap
- Terugkeer naar huis
- Opgroeien in twee families
- Blijvende verbondenheid
Bekijk alle verhalen →
Verder lezen bij NJi ↗



